Breuklijnen van Licht
Dit schilderij laat zich lezen als een verstilde compositie waarin vormen langzaam over elkaar schuiven, alsof ze meestal proberen samen te vallen, maar nooit helemaal samenvallen.
De vlakken doen denken aan een landschap— gelegen aan de breuklijnen in natuurgebied de Maashorst, maar het is geen directe weergave. Het zijn herinneringen aan ruimte: percelen, paden, grenzen die in de loop van de tijd verschoven zijn.
De “breuklijnen van licht” verschijnen op de overgangen tussen de kleuren. Het licht zit niet in één plek, maar ontstaat juist in de randen en scheidingen. Alsof het schilderij suggereert dat helderheid niet komt uit perfectie, maar uit kleine verschuivingen—uit wat bijna klopt.
Hierdoor krijgt het werk iets menselijks,
niets is volledig afgerond
niets is helemaal vast
alles is in een toestand van “bijna”
In die zin gaat het schilderij niet over breuk als iets dramatisch, maar als iets alledaags en onvermijdelijks. De vormen blijven naast elkaar bestaan, licht verschuivend, zonder hun samenhang te verliezen.

















